Schoolgids, hoofdstuk 5
De zorg voor de kinderen
De resultaten van het onderwijs
Rapportage
De kleuters ontvangen geen rapport maar de uitkomsten van de reeds genoemde observaties worden op gezette momenten met de ouders doorgesproken. De leerlingen van de groepen 3 t/m 8 krijgen gedurende een cursusjaar driemaal een rapport. De kinderen van groep 3 ontvangen een rapport dat geheel past bij de aanvankelijke leesmethode. De overige groepen ontvangen een rapport dat zeer recent door ons aangepast is aan ons onderwijssysteem. De vorderingen worden tijdens de ’tien-minuten-gesprekken’ met de ouders doorgesproken.
Door middel van het regelmatig afnemen van toetsen houden wij de vorderingen van de leerlingen in de gaten. Met name de niet methode gebonden toetsen geven ons een beeld hoe ons onderwijs aanslaat bij onze leerlingen en hoe zij scoren t.o.v. andere kinderen in ons land. Wij gebruiken hiervoor het leerlingvolgsysteem van het CITO. De kinderen worden getoetst op rekenen, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen. Toetsuitslagen kunnen leiden tot het opstellen van een begeleidingsplan voor een leerling of een groepje leerlingen.
De kinderen van groep 7 gaan, voordat zij de overgang naar groep 8 maken, de CITO-entreetoets maken. De uitslag is niet bedoeld als instrument om het type voortgezet onderwijs te bepalen, maar als signaal voor de leerkracht aan welke onderdelen en vakken er nog extra aandacht moet worden besteed. Halverwege groep 8 krijgen de kinderen de CITO-eindtoets te maken waarin de onderdelen rekenen, Nederlandse taal, informatieverwerking en wereldoriëntatie getoetst worden. De uitslag van deze toets wordt behalve voor iedere individuele leerling ook verwerkt in een CITO-schoolrapport. We onderscheiden twee (CITO) schoolrapporten:
Schoolrapport A Schoolrapport A vergelijkt alle deelnemende scholen met elkaar en geeft aan hoe de school scoort in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Dit schoolrapport kijkt dus alleen naar het resultaat.
Schoolrapport B Schoolrapport B vergelijkt de scholen met een zelfde populatie. Het geeft een beeld van hoe een school scoort t.o.v. deze scholen.
Voorbeeld van een schoolrapport Model schoolrapport:
 Voorbeeld van een leerlingrapport Model leerlingrapport


De overgang naar het voortgezet onderwijs
Wij doen er alles aan om de kinderen en de ouders zo goed mogelijk voor te lichten over het voortgezet onderwijs (VO); over de vele mogelijkheden die geboden worden, maar ook over de vele veranderingen die zich op dit moment in het VO voordoen.
In de maanden december, januari en februari bezoeken wij met de leerlingen van groep 8 enige scholen voor VO met de specifieke bedoeling met elkaar “een eerste drempel” te nemen.
- In januari houden wij voor de ouders van groep 7 en 8 een informatieavond over het VO. Een coördinator van het Wolfert Dalton houdt een inleiding en beantwoordt vragen van ouders. - Informatie die wij van het ministerie ontvangen wordt doorgegeven aan de ouders. - Open dagen van scholen voor VO worden bekendgemaakt. - Het oudergesprek. Tijdens het oudergesprek geven wij ons advies betreffende de richting van het VO die de school voor ogen heeft. Het advies is niet alleen gebaseerd op de leerprestaties, maar ook factoren als werkhouding, doorzettingsvermogen, belangstelling etc. worden in ons advies meegenomen. Uit ervaring weten wij dat de meeste kinderen op de juiste plek terechtkomen, hetgeen wij o.a. kunnen opmaken uit de rapportage die ons bereikt van de scholen voor VO en uit gesprekken die wij met medewerkers van het VO hebben als de leerling een jaar op de school heeft meegedraaid.

De zorglijn binnen De Sparrenhoek
Het volgen van de ontwikkeling van de leerling Gedurende hun gehele basisschoolloopbaan worden op gezette tijden de vorderingen van de leerlingen geobserveerd en getoetst.
De gegevens hiervan worden opgeslagen in de leerlingmap die door de leerkracht wordt bijgehouden. Na iedere toetsperiode volgt een plenaire leerlingenbespreking (3x per jaar) waarin van alle groepen de observaties en toetsresultaten aan de orde komen. De besprekingen worden geleid door de intern- begeleidster (IB-er) die binnen de school verantwoordelijk is voor het leerlingvolgsysteem (LVS). Toetsresultaten, zowel van de zwakke maar ook van de heel goede leerling, kunnen aanleiding zijn een leerling nog eens nader te bekijken. Tevens kunnen lichamelijke en sociaal-emotionele problemen hiertoe leiden. De groepsleerkracht maakt hiervoor een afspraak met de IB-er om te bezien wat wij op schoolniveau als begeleiding kunnen (aan)bieden. Wanneer hiertoe besloten wordt, volgt eerst een gesprek met de ouders teneinde de plannen te verduidelijken. Tijdens dit gesprek komt het begeleidingsplan aan de orde dat in de meeste gevallen voor een periode van 6 weken wordt opgesteld. Na 6 weken wordt bekeken wat deze extra inspanning heeft opgeleverd en indien wenselijk wordt nog een periode van extra begeleiding gepland. Bij ieder plan dat een leerkracht met uw kind voor heeft, wordt u vanaf het eerste moment betrokken.

RT-er
Binnen ons team is een leerkracht belast met de taken die verband houden met de Remedial Teaching (RT). Zij is hiertoe opgeleid en kan voor de leerling in overleg de groepsleerkracht suggesties m.b.t. het begeleidingsplan aanleveren. Bovendien heeft zij de mogelijkheden het kind zelf binnen de afgesproken periode van 6 weken te helpen. Wij vinden het een goede zaak dat de school zelf de nodige expertise in huis heeft.
Wanneer toch niet de gewenste / verwachte doelstelling bereikt wordt, kan in overleg met de ouders, externe expertise ingeroepen worden. In het kader van het Weer Samen Naar School beleid (de maatregel door de overheid genomen om de reguliere basisschool te begeleiden en verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs (SBO) tot een minimum te beperken) kunnen wij onze vragen en problemen doorspreken met medewerkers van het SBO.
Indien ook dit niets oplevert, kan een onderzoek aangevraagd worden dat verricht wordt door een medewerker van de Schoolbegeleidingsdienst (SBD). Zo’n onderzoek, ook wel capaciteitenonderzoek genoemd, geeft de school inzicht in de leermogelijkheden van het kind. Voor dit onderzoek dienen de ouders schriftelijk toestemming te verlenen. De uitslag wordt in tegenwoordigheid van de SBD medewerker, de directie, de IB-er en de groepsleerkracht met de ouders besproken. Tijdens dit gesprek wordt opnieuw de strategie -de vervolglijn- voor het kind bepaald.
Wanneer komt vast te staan dat, ondanks alle extra hulp, een voortzetting van de schoolloopbaan op de Sparrenhoek onverantwoord is, wordt de mogelijkheid van aanmelding op een school voor het Speciaal Basis Onderwijs met de ouders besproken. Te allen tijde houden de ouders de eindverantwoordelijkheid. Dít betekent dat zij de uiteindelijke beslissing zullen nemen. Zoals duidelijk mag zijn, wordt binnen de gehele zorgstructuur een zorgvuldig beleid gevoerd. Voor dit beleid is de ingestelde zorgcommissie verantwoordelijk. Deze commissie is als volgt samengesteld:
- lid van de directie - de intern-begeleidster/RT-er
De commissie komt iedere 6 weken bijeen.

Aanmelding van een leerling bij het speciaal onderwijs
De directeur zorgt ervoor dat een onderwijskundig rapport van de leerling wordt ingediend bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), die voor onze school gevestigd is bij de onderwijsbegeleidingsdienst te Zoetermeer. De PCL gaat na of de basisschool alle mogelijke stappen m.b.t. de begeleiding van de leerling heeft genomen en brengt de basisschool van haar besluit tot wel of niet toelating op de hoogte.

Opvang hoog intelligente kinderen
Speciale zorg willen wij ook besteden aan kinderen met een hoge intelligentie. Wanneer deze kinderen gesignaleerd worden, starten wij, natuurlijk ook weer in overleg met de ouders, een procedure om de mate van de intelligentie vast te stellen. Nodige zorgvuldigheid is hier zeker geboden, daar niet alle kinderen met een hoge intelligentie a priori hoogbegaafd zijn. Hoge intelligentie duidt op een hoge intelligentiequotiënt. Hoofdbegaafd is een combinatie is van een hoge intelligentie-quotiënt gepaard gaande met een creatief denkvermogen, een grote mate van zelfstandigheid en taakgerichtheid. Op dit moment hebben wij enkele leerlingen die i.v.m. hun hoge intelligentie speciale zorg van hun groepsleerkracht mogen genieten.

Het zittenblijven
De wet op het primair onderwijs schrijft voor dat een leerling een ononderbroken schoolloopbaan dient te hebben. Dit impliceert naar de letter van de wet dat, zittenblijven tot de onmogelijkheden behoort.
Wij hebben t.a.v. dit fenomeen een eigen beleidslijn uitgestippeld: Bij de kleuters kennen wij het begrip van de verlengde kleuterperiode. Dit houdt in dat een leerling een jaar langer oudste kleuter kan blijven om zodoende de stap naar groep 3 wat te “vertragen”. Vanaf groep 3 is zittenblijven alleen mogelijk indien een leerling door ziekte lange tijd de school heeft moeten verzuimen en daardoor een leerachterstand heeft opgelopen of wanneer problemen in de sociaal-emotionele sfeer een normale voortgang van het leerproces blokkeren of hebben geblokkeerd.

De grenzen aan de zorg
Voor wat betreft de grenzen aan de zorg zijn wij van mening, dat leerlingen die wij gezien hun problematiek onvoldoende zorg kunnen bieden, geadviseerd moeten worden een andere onderwijsvoorziening te kiezen.
Plaatsing leerlinggebonden financiering (De LGF van ‘rugzakleerlingen’ op onze school)
Op 1 augustus 2003 is een nieuwe regeling, de leerling gebonden financiering(LGF), in werking getreden, waarin geregeld wordt, de ouders/ verzorgers van kinderen, die een ‘toelaatbaarheidsverklaring’ hebben voor een school voor speciaal onderwijs, ervoor kunnen kiezen onderwijs te volgen op een basisschool. Ze nemen dan wel financiering(een ‘rugzak’) mee; dat wil zeggen, dat ze een hoeveelheid geld meebrengen, dat gebruikt kan worden voor hun begeleiding in de basisschool. Het is overigens al langer zo, dat kinderen met een ‘rugzak’ een basisschool kunnen bezoeken, maar vanaf nu hebben in principe alle ‘rugzakleerlingen’ dat recht. Binnen het Weer Samen Naar School-samenwerkingsverband, waarvan onze school deel uitmaakt, zijn procedureafspraken gemaakt, die moeten leiden tot een verantwoorde plaatsing van ‘rugzakleerlingen’ op de basisscholen. De afspraken gelden ook voor onze school.
Wanneer de ouders/verzorgers van een ‘rugzakleerling’ te kennen geven hun kind op onze basisschool onderwijs te willen laten volgen, dan volgt er eerst een gesprek tussen de ouders / verzorgers en de directeur. In dat gesprek komen de mogelijkheden en beperkingen van het kind aan de orde, maar ook de noodzakelijke begeleiding, de verwachtingen aan de kant van de ouders/ verzorgers en de mogelijkheden op onze school. Alvorens een besluit te nemen kan onze school ook nog advies inwinnen bij deskundigen binnen en buiten het samenwerkingsverband.
De volgende criteria worden gesteld:
- verstoring van rust en veiligheid - verhouding van verzorging/ behandeling en onderwijs - verstoring van het leerproces - gebrek aan opnamecapaciteit
Als blijkt, dat onze school in voldoende mate de begeleiding kan bieden, die het kind nodig heeft, dan wordt er samen met de ouders - en in samenwerking met het Regionaal Expertise Centrum (REC) - een handelingsplan opgesteld, waarin wordt aangegeven op welke wijze we die begeleiding vorm gaan geven. Als blijkt, dat onze school niet de begeleiding kan bieden, die het kind nodig heeft, dan moet worden vastgesteld, dat plaatsing niet verantwoord is. Het kind wordt dan niet als leerling ingeschreven. De school zal dit schriftelijk motiveren aan de ouders/ verzorgers. De ouders/ verzorgers kunnen uiteraard bezwaar aantekenen tegen een dergelijk besluit. Uiteraard is de school bereid daarbij desgewenst ondersteuning te verlenen.

Medicatie
Er zijn leerlingen, voor wie het noodzakelijk is om op school medicijnen in te nemen of die beperkte medische handelingen moeten ondergaan. Doorgaans bestaat daartegen geen bezwaar, mits er goede afspraken tussen de ouders / verzorgers en de school worden gemaakt.
In de eerste plaats is het belangrijk, dat de school tijdig en volledig wordt geïnformeerd. Dat kan tijdens het intakegesprek of in de schoolloopbaan van de leerling. Het is in het belang van de leerling dat het hele schoolteam van de verstrekte informatie op de hoogte is. De leerling heeft immers niet alleen met de eigen leerkracht te maken. Uiteraard wordt daarbij zorgvuldig omgegaan met privé-gegevens. Het overleg loopt dan ook via de directeur en /of de intern begeleider, die er zorg voor dragen, dat het hele schoolteam op de hoogte is.
Medicatie en beperkte medische handelingen vormen een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders / verzorgers, leerling en school. Het is belangrijk, dat schriftelijk wordt vastgelegd wat ieders verantwoordelijkheid is. Daarbij zal de school voor wat betreft haar verantwoordelijkheid niet verder gaan dan de school ook daadwerkelijk waar kan maken.
 |